Het verhaal van Paul en Matthias, onze algemeen directeur en voorzitter

Paul Deckers, algemeen directeur van LeefGoed, en Matthias Verhegge, voorzitter van het bestuursorgaan, weten als geen ander wat sociale huisvesting betekent voor een gezin. Allebei groeiden ze op in een woning in een sociale woonwijk. In dit interview delen ze hun persoonlijke ervaringen én hoe die hun visie op sociaal wonen mee bepalen.

Paul woonde met zijn ouders in een koopwoning in een sociale woonwijk in Essen. “Een beetje te vergelijken met de witte huizen in Trienenkant in Westerlo “, maakt Paul het herkenbaar. Matthias bracht zijn jeugd door in een sociale woonwijk in Veurne.

Matthias: “We waren met drie broers en onze pleegzus. In de jaren 1980 was er weinig werk. Mijn ouders hadden allebei gestudeerd, maar ons moeder is ook een tijd thuisgebleven. Eerst huurden we een woning, maar toen ik in het 3de leerjaar zat, zijn we verhuisd naar een sociale koopwoning, nieuwbouw.”

thuisverhaal-paul

Welke herinneringen koesteren jullie aan die tijd?

Paul: “Voor vele mensen in onze wijk was het leven niet altijd eenvoudig. Tegelijk zijn er heel wat warme herinneringen. De buren kenden elkaar allemaal. Mijn vader zat sterk in het verenigingsleven waardoor het in de zomer, bij mooi weer, de zoete inval was bij ons thuis. De buren vielen te pas en te onpas binnen, dat was plezant, dat was ambiance. Ook vandaag merk je die samenhorigheid wel effectief in onze woonprojecten. Denk maar aan de buurt- en wijkfeesten die door de bewoners georganiseerd worden. En dat is heel waardevol.”

“Onze wijk was een mix van huur- en koopwoningen, met veel kinderen om buiten te spelen. Dat gaf een gevoel van geborgenheid.”

— Matthias

Matthias: “Ik heb nooit een eigen kamer gehad. Vond ik dat erg? Eigenlijk niet. De grote kamer met de drie jongens, dat was best gezellig. Ieder had z’n eigen hoekje, en je leert omgaan met lawaai. (lacht) Onze wijk was een mix van huur- en koopwoningen, met veel kinderen om buiten te spelen. Dat gaf een gevoel van geborgenheid. Tuurlijk was er af en toe wel eens een akkefietje tussen buren, maar het voordeel was: de mensen kenden elkaar. Dat is vandaag niet altijd meer zo.

In de zomer belde iedereen bij elkaar aan. Thuis golden er dan twee regels: op tijd thuis zijn voor het middag- en avondeten. We hadden alles bij de hand: vrienden, boskes om kampen te bouwen, de parking voor potteke stamp. Als ik nu naar mijn eigen kinderen kijk, merk ik dat ze veel minder buiten spelen.

Ik ging naar school in het college. Sommige schoolvrienden woonden – in mijn ogen – in echte kastelen. We zijn nooit arm geweest, maar op het einde van de maand kon het soms spannend zijn. Toch heb ik nooit het gevoel gehad dat we iets tekortkwamen of dat ik me minderwaardig voelde. Als we op reis gingen, dan kampeerden we. Mijn ouders hadden gestudeerd, wij studeerden ook en geraakten vooruit.”

thuisverhaal-matthias

Beide gezinnen zetten uiteindelijk de stap van een huur- naar een koopwoning.

Paul: “Zeker in de beginjaren hadden mijn ouders het niet breed. Toch slaagden ze erin om hun sociale woning te kopen. Dat was voor mijn ouders een belangrijke stap richting onafhankelijkheid. Want door het huis aan te kopen, hebben ze een pensioen kunnen opbouwen en een goed leven gehad.”

Matthias: “Mijn ouders wilden ook graag een eigen woning, wat meer zekerheid biedt op lange termijn. Maar financieel was bouwen een grote stap. Via een sociale woonlening werd dat haalbaarder. Zo’n lening is vandaag nog te weinig bekend bij het grote publiek. Terwijl het een heel mooi opstapje is voor mensen die eigenaar willen worden, maar voor wie het niet vanzelfsprekend is. Een eigen woning is sowieso een appel voor de dorst voor als je met pensioen bent; en iets voor je kinderen later.”

thuisverhaal-matthias-paul

Wat uit jullie eigen woonverhaal inspireert jullie vandaag in jullie visie op sociaal wonen?

Paul: “Uit mijn jeugdjaren herinner ik me de sociale cohesie in onze wijk. Mensen zijn er fier op dat ze een eigen woning kunnen kopen zonder zich financieel in nesten te werken. Zo is het een van de ambities van onze woonmaatschappij om huurders van een sociale woning te leiden naar een sociale koopwoning. Vaak hoor ik de reactie: ‘Ja maar, dan moet ik dubbel zoveel afbetalen als mijn huidige huur.’ Dan probeer ik mee te geven dat ze met een koopwoning voor zichzelf aan het sparen zijn.”

Matthias: “Een degelijk dak boven je hoofd en onderwijs zijn fundamentele basics. Ik geloof sterk dat een sociale woning deel van de oplossing is om mensen op korte termijn uit de armoede te helpen. Daarom moeten we blijven investeren in de bouw van sociale woningen. ‘Woonkost’ gaat ook over meer dan enkel de huur; ook energie weegt door. Door energiezuinig te bouwen – denk aan zonnepanelen of warmtekracht zoals in ons woonproject De Leunen in Geel – wordt die energiekost voor onze huurders een pak minder.

Nu, energiezuinig bouwen vraagt veel van een woonmaatschappij. Innovatieve ideeën; technische expertise, waken over de financiële haalbaarheid, sterke projectleiders en een extreem strakke planning. Dankzij onze schaalgrootte kunnen onze mensen zich specialiseren. Onze planprocessen zijn beter geworden en we kunnen sneller bijsturen dan vroeger.”

“Mensen zijn er fier op dat ze een eigen woning kunnen kopen zonder zich financieel in nesten te werken.”

— Paul

Welke andere toetsen willen jullie vandaag in jullie beleid leggen?

Paul: “Vroeger werden sociale woningen soms nog geassocieerd met technisch minderwaardige materialen. Vandaag is het onze ambitie als woonmaatschappij om zoveel mogelijk mensen met een woonbehoefte een kans te geven op een betaalbare, gebruiksvriendelijke, energiezuinige en kwaliteitsvolle woning. We kijken continu met een open geest naar innovaties en zoeken actief naar duurzame, haalbare oplossingen via samenwerking met huidige en potentiële stakeholders.

Tegelijk merken we dat de mogelijkheden binnen sociale huisvesting nog te weinig gekend zijn bij het brede publiek. Zoals Matthias al zei: de sociale woonlening is daar een goed voorbeeld van. Via deze lening krijgen mensen die om bepaalde redenen net niet kunnen lenen bij de bank toch een kans om een eigen woning te kopen. Nu, ook de koopwoningen staan niet altijd op het netvlies van jonge mensen. Terwijl er net mooie kansen liggen voor starters of alleenstaanden. Weet je, de sociale woonprojecten van vandaag zijn al lang niet meer de klassieke witte huizen.

Maar het verhaal gaat verder dan kandidaat-kopers. Ook bij verhuurders is de mogelijkheid van sociaal verhuren nog niet altijd bekend: hun woning op de privémarkt kunnen zij verhuren aan onze woonmaatschappij. Wij zorgen er dan voor dat de woning verhuurd wordt. Met als grote voordeel voor deze private eigenaars dat we hen praktisch en administratief ontzorgen. Ze krijgen elke maand gegarandeerd en stipt de huur betaald. Tegelijk genieten ze van fiscale voordelen en leveren ze een concrete maatschappelijk meerwaarde voor mensen die vandaag moeilijk een betaalbare woning vinden.

thuisverhaal-matthias-close

Matthias: “Als voorzitter zal ik pas tevreden zijn wanneer de wachtlijsten op een aanvaardbaar niveau staan en we de wachttijd kunnen verkorten. Dat hangt uiteraard samen met voldoende aanbod. Maar grond is schaars, en we zullen dus met z’n allen moeten leren om collectiever te wonen. Dat kan ook een positief verhaal zijn. Het is dan aan LeefGoed om de beschikbare ruimte kwalitatief in te richten.

Ik zal blij zijn als we nog een aantal grotere woonprojecten gerealiseerd krijgen en we, zoals Paul ook al zei, het aanbod van betaalbare huurwoningen kunnen uitbreiden via samenwerking met private eigenaars. En als we meer mensen kunnen begeleiden van huren naar kopen.”

“We zullen met z’n allen moeten leren om collectiever te wonen. Dat kan ook een positief verhaal zijn.”

— Matthias

Meer over de sociale woonlening

Meer over een sociale woning kopen

Meer over sociaal verhuren

Scroll naar boven